8.12.13

Het tinnen soldaatje (2/2)

Hier volgt deel 2 van het korte verhaal ''het tinnen soldaatje''. Klik hier voor deel 1.
Het verlangen is te groot en maakt me gek. Waarom bestaat er dan ook een wezen wat zo mooi is in al haar eenvoud? Waarom is het, dat zij zo veel op mij lijkt en bij mij past. Ze heeft ervoor gekozen te leven met één been in de lucht, terwijl ik die keuze niet had. Haar pose is zo elegant dat het je doet duizelen, terwijl iedereen mij maar een kneusje vindt omdat ik een been mis. De manier waarop haar hand zo uitnodigend mijn kant uitsteekt lijkt te zeggen: ‘’Kom maar, het is oké. Ik heb ook maar één been op de grond.’’ Maar het is niet oké, en het wordt nooit oké. Inmiddels is het dorp aan het ontwaken en zie ik hier en daar een vermoeide vader naar zijn werk vertrekken. Ook in ons huis hoor ik de kinderen de trap af strompelen, onderweg naar een ontbijt vol granen en sap. De zon is nu bijna naakt en deelt zijn warmte met de vroege vogels. In mijn ooghoek kijk ik naar mijn vierentwintig broers die vredig liggen te slapen op een hoopje in onze kist. Vannacht zal ik daar ook weer liggen, en zal ik zeven dagen moeten wachten tot het weer maandag is en ik weer op de wacht moet staan. Ik zal niet kunnen slapen omdat mijn zicht op het kasteel belemmerd wordt door een groot, lichtblauw hobbelpaard. De gedachten aan mijn liefje zullen me helpen de donkeren nachten te doorstaan. Ik zal me afvragen of ik ooit de hare zal zijn, en waarom zij dat ooit zal willen. De conclusie is altijd; Nee. Want wie wil er nou trouwen met een lompe tinnen soldaat die maar één been heeft trouwen, terwijl je zelf uit flinterdun karton bestaat en zo licht als een veertje bent. Ik staar haar aan, kijk diep in haar groene ogen en blijf zo een tijdje staan. Het besef dat wij een kinderleven lang elke maandag de vroege ochtend zo beginnen en eindigen, geeft troost. Troost waarmee ik de volgende morgen haal, troost die alle tegenstand die dit miezerige soldaten leven zal tegenkomen, in het niet doet vallen. Troost die in een hoop veranderd, een hoop die ik koester, elke dag weer. Want ooit zal ik gelukkig zijn en zal ik trouwen met mijn danseresje.

Einde

 
Tot morgen,

Julie Joanne

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen