7.12.13

Het tinnen soldaatje (1/2)

Een aantal jaar terug schreef ik een scene voor een schoolopdracht, met het thema ''sprookjes''. Ik koos het verhaal van het tinnen soldaatje die maar één been heeft en een spannende reis maakt om uiteindelijk terug te komen bij zijn geliefde danseresje. Deze scene laat de gedachten zien van het mannetje voor hij uit het raam valt en de reis van zijn leven maakt.

‘’Moet je haar nou toch eens zien, is ze niet prachtig?’’ Buiten komt de zon boven na haar nachtelijke duik in de zee. Het vertrouwde geluid van een fietstas die tegen spaken aan slaat, wordt steeds duidelijker. De krantenjongen is vroeg vandaag. Ik kijk niet langer naar de zon maar draai mijn hoofd naar haar. Zij, die al de wonderen van de wereld in het niets doet vallen. Zij, die al mijn dagen vult. Zij, die zij is. Haar gouden riem omgordt haar smalle taille, beschermd haar. De zijde zachte stof van haar parelmoerkleurige jurkje verbergt de geheime die ik nooit zal ontrafelen. Schoentjes, blauw als de zee die de zon opslokt. Ik ben jaloers op haar kleding die zo dicht bij haar kan zijn, haar kan voelen. Naast mij hoor ik een krakend geluid. Even ben ik bang dat mijn vraag door iemand beantwoordt zal worden, maar het blijkt de wind te zijn die de bladeren mee op reis neemt. Aan de overkant van de straat lopen twee jongetjes in verwaarloosde kleding met een papieren bootje in de hand. Hinkend over de stoeptegels fluiten ze een simpel wijsje wat al gauw in mijn hoofd gaat zitten. ‘’Fjuut, fjuut, fjuuut!’’ Ik vraag me af wat die jongens op dit vroege tijdstip buiten doen, waarschijnlijk gaan ze helpen met de opbouw van de vismarkt in ruil voor een dubbeltje. Mijn gedachten dwalen af naar een plek hier ver vandaan waar mijn danseresje en ik samen kunnen zijn. Een plek waar er geen gapend gat tussen een venster en een tafel is die twee geliefden van elkaar scheidt. Geliefden, was het maar zo. Kon ik maar zeggen dat wij twee geliefden zijn, kon ik dat maar. Het is een verboden gedachten dat de liefde die zij uitstraalt alleen voor mij bedoelt zou zijn, maar toch denk ik eraan. Want ook al heb ik vierentwintig broertjes die allemaal wel twee benen hebben, ze lijkt zich te interesseren in mij. Ze kijkt me aan met een blik die boekdelen schrijft in een taal die ik niet ken. Haar lippen vormen woorden die nooit de overkant zullen halen, maar blijven zweven in de ruimte die zich tussen ons bevindt. Met mijn ogen leer ik elke plooi van haar jurk uit mijn hoofd, haar wimpers heb ik al honderden keren geteld. Ik wil haar onthouden precies zoals ze is, precies zoals ze hier elke dag voor haar kartonnen kasteel staat. Ik wil haar onthouden zodat ik aan haar kan denken tijdens de reis die ik nooit zal maken.

Wordt vervolgt...

 
Tot morgen,

Julie Joanne

 
P.S. Deel 2 komt morgen online :)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen